Het schone. Esthetica en kunstfilosofie – 1 en 2 december 2018

Hoe hebben filosofen door de eeuwen heen (de rol van) het kunstwerk opgevat? In de Oudheid ruziën Plato en Aristoteles over de plek van de dichtkunst in de stadstaat. Plato, voor wie de tragedie slechts een nabootsing (mimesis) van de werkelijkheid is die de mensen geen inzicht oplevert, stelt voor de dichters uit de stadstaat te verbannen. Aristoteles, daarentegen, is van mening dat de tragedie de mensen niet alleen raakt maar ook tot denken zet en daarmee een zuiverende werking (katharsis) heeft.
In de moderne tijd duikt de esthetica op als leer van de schoonheid. Kant vraagt zich af wat de voorwaarden voor de mogelijkheid van het esthetisch oordeel: ‘Dit is mooi’ zijn. Zijn antwoord luidt: ‘Schoon is wat belangloos, zonder begrip of doel, door een gemeenschappelijke zin bevalt’. Nietzsche omschrijft de mens als een kunstzinnig scheppend wezen en het leven als een kunstwerk. In zijn boek De geboorte van de tragedie onderscheidt hij twee artistieke aandriften: het Apollinische en het Dionysische, die met de ontwikkeling van kunst verbonden zijn.
In onze tijd wordt kunst door Heidegger opgevat als een manier waarop de werkelijkheid betekenis krijgt – hij omschrijft het wezen van de kunst als ‘het zich in het werk stellen van de waarheid van het zijnde’.  In zijn boek Logique de la sensation analyseeert Deleuze de schilderkunst van Francis Bacon.

In het derde weekeinde van de ISVW Basisopleiding maken we kennis met de ontwikkelingen in de esthetica en de filosofie van de kunst.

Programma (download)

ISVW Basisopleiding 
Inleiding in de filosofie III
Het schone. Esthetica en kunstfilosofie
Plato-Aristoteles-Kant-Nietzsche-Heidegger-Deleuze
Leusden, 1 en 2 december 2018

Meer informatie (en inschrijving): www.isvw.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *