Jacques Derrida is ongetwijfeld één van de meest originele en interessante schrijvers uit het hedendaagse denken van Parijs. (2)
Wanneer wij denken, gebruiken wij taal, woorden, begrippen, concepten. Begrippen maken begrijpen mogelijk - begrijpen opgevat als grijpen van wat er gaande is. Bepaalde begrippen maken een bepaalde manier van (be)grijpen mogelijk.
Meestal maken wij vanzelfsprekend gebruik van begrippen of concepten. We staan er niet bij stil dat begrippen ingebed zijn in een bepaalde samenhang, n.l. een bepaalde tekstuele samenhang (of: conceptueel kader) en een bepaalde historisch-maatschappelijke kontekst. We staan er ook niet bij stil dat deze begrippen ooit niet bestaan hebben en (dus) niet vanzelfsprekend waren, dat concepten 'uitvindingen' zijn - uitvindingen van filosofen.
[De wetenschapsfilosofische vraag hoe het filosofen gelukt is om ons met succes te overtuigen van het gebruik van bepaalde begrippen, zal ik niet trachten te beantwoorden. Hoe dan ook, feit is dat wij - laten we zeggen, door de paplepel of misschien wel moeders tepel - de door filosofen voorgestelde begrippen zijn gaan gebruiken.]
Ook ik beschouw Jacques Derrida als één van de belangrijkste hedendaagse filosofen. In zijn werk plaatst Derrida namelijk vraagtekens bij ons vanzelfsprekende gebruik van concepten. Hij analyseert hoe wij (zijn gaan) denken en wat wij (zijn gaan) denken, hoe wij begrippen (zijn gaan) gebruiken en welke begrippen wij (zijn gaan) gebruiken, ofwel: hoe wij welke begrippen (zijn gaan) gebruiken. Wat stelt Derrida vast?
Wij denken in hiërarchisch gestructureerde binaire opposities. Wat betekent dat?
Wij denken in tegenstellingen, door begrippen tegenover elkaar te plaatsen - bijvoorbeeld:
ziel - lichaam
verstand - gevoel
actief - passief
Wij denken deze tegen(over elkaar)gestelde begrippen echter ook boven/beneden elkaar geplaatst - bijvoorbeeld:

Opmerkelijk is dat de door de beneden geplaatste begrippen benoemde verschijnselen (of 'werkelijkheid') door een gebrek aan waardering zijn gekenmerkt - minder waard zijn - en 'vrouwelijk' worden genoemd.
Zo is, aldus Derrida, de structuur/structurering van ons denken, de manier waarop wij begrippen gebruiken, hoe wij ons denken (in begrippen) construeren.
Maar, wie wordt er bedoeld met 'wij'?
In eerste instantie, letterlijk, filosofen, d.w.z. de schrijvers van de teksten die wij tot de traditie van de Westerse wijsbegeerte rekenen. Van Pythagoras, die wij allemaal kennen als wiskundige en de 'stelling van Pythagoras', is bekend dat hij een tabel van tien tegenstellingen geformuleerd heeft. Naast enkele tegenstellingen met wiskundige betekenis - zoals oneven-even, recht-krom of vierkant-langwerpig - noemt hij bijvoorbeeld ook de volgende:

De opvattingen van Pythagoras zijn van grote invloed geweest op Plato. Het mag menigeen misschien vreemd in de oren klinken maar Plato was veel meer een volgeling van Pythagoras dan een leerling van Socrates. Het is dan ook niet verrassend dat - naast Pythagoras' zielsverhuizingsleer en zijn mathematisch-mystieke opvatting van kosmos - het denken in hiërarchische gestructureerde binaire opposities kenmerkend is voor Plato's positie.
Hoewel de geschiedenis van de wijsbegeerte misschien meer is dan slechts 'voetnoten bij Plato', zijn Plato's opvattingen zonder twijfel op hun beurt weer een belangrijke bron van inspiratie geweest voor andere filosofen. Ik noem slechts
(1) de receptie van Plato's werk door Augustinus. Hij leest de dialogen van Plato (selectief) en weet deze te combineren met de brieven van Paulus, met als resultaat de eeuwenlang heersende grieks-christelijke opvatting van filosofie
(2) de actualisering van de platoons-augustijnse positie door Descartes. Hij 'vindt' de menselijke geest (als bewustzijn) 'uit' en tracht de Kerk ervan te overtuigen dat de mathematisch-mechanistische verklaring van de natuur overeenstemt met het christelijke scheppingsverhaal.
[Het 'new age'-denken kan wellicht worden beschouwd als een hedendaagse actualisering van het platoons-augustijnse standpunt.]
Hoe we ook mogen denken over Plato's rol in de ontwikkelingen in de Westerse wijsbegeerte - de wetenschaps-filosoof Karl Popper heeft wel eens gezegd: "Was Plato maar nooit vrijgekocht op de slavenmarkt op Aigina…"- zijn opvattingen zijn van invloed geweest. Het maakt in ieder geval begrijpelijk waarom de Westerse filosofie door het denken in elkaar tegengestelde, boven/beneden elkaar geplaatste, begrippen wordt gekenmerkt.
[Een andere mogelijke verklaring zou kunnen luiden: 'Zo werken onze hersenen nu eenmaal.']
Hoe dan ook, Derrida's interpretatie van de teksten van de filosofen levert deze structuur/constructie van het denken van filosofen op. En dat heeft - wie weet, wederom door de 'magische' paplepel - in tweede instantie tot gevolg gehad dat wij, u en ik, ook op deze wijze (zijn gaan) denken.
Dit is echter niet alles wat Derrida ons biedt. Naast deze analyse van onze manier van denken stelt hij ook de vanzelfsprekenheid ervan ter discussie. Hij vraagt zich af of wij ook anders kunnen denken. Hij stelt ons voor om de structuur/constructie van ons denken te veranderen. Hoe? Door twee stappen, n.l. (1) herwaarderende omkering en (2) voortdurende verschuiving. Twee stappen om het denken 'dansend' maken, om het denken (in begrippen) in beweging te brengen, om het mogelijk te maken de werkelijkheid als gebeuren te begrijpen, om het denken procesmatig te maken.
De eerste 'dansstap', herwaarderende omkering, gaat als volgt:

De (begrippen)structuur wordt omgekeerd. Deze omkering houdt echter ook een herwaardering van het door het beneden geplaatste begrip benoemde in - wat is er eigenlijk mis met gevoel (lichamelijkheid, 'vrouwelijkheid', enzovoort)?. Het (b)lijkt zelfs dat wat onderworpen of uitgesloten was, (verborgen of ontkend) functioneerde als voorwaarde voor de mogelijkheid van de structuur van het denken.
Deze, door het moment van herwaardering belangrijke, eerste stap voldoet echter niet - het denken zou denken in hiërarchisch gestructureerde binaire opposities blijven.
De tweede 'dansstap', voortdurende verplaatsing (displacement), houdt dan ook het volgende in:
![]()
Waarom denken wij in binaire opposities, in hiërarchische structuren? Waarom denken wij: of (verstand) of (gevoel) en niet: en (gevoel) en (verstand)?
[Een neurologische analyse van de werking van ons hersen- en zenuwstelsel bevestigt dat wij in handelingssituaties gevoel en verstand - d.w.z. wat filosofen (en wij) 'gevoel' en 'verstand' noemen - gebruiken.(3)]
Is het noodzakelijk om te denken: "Het is zo!"? Zou je ook kunnen denken: "Het is misschien zo."? 'Misschien', in het Frans: 'peut-être ', in het Engels: 'maybe ', ofwel: 'Het zou kunnen zijn'. Is het mogelijk om te denken: "Het zou zo kunnen zijn, maar het zou ook zo kunnen zijn."?
[De klassieke sceptici antwoordden: "Ja, natuurlijk!". Het leidde tot het opschorten van oordelen (epoche) en tot onverstoorbaarheid (ataraxia).(4)]
Derrida's antwoord luidt: "Ja, wellicht!". De spanning, die gepaard gaat met 'en… en…' of 'misschien' denken, is namelijk tegelijkertijd de bron, de voorwaarde voor de mogelijkheid, van de creativiteit van denken. Een 'dansende' manier van denken maakt het - wie weet? (5)
- juist mogelijk om de werkelijkheid als proces te begrijpen. Het 'scheppende' denken maakt het in ieder geval mogelijk om wat wij 'werkelijkheid' noemen op een andere wijze te denken.
Deconstructie is, aldus beschreven, een beschrijving van de manier waarop wij (zijn gaan) denken en een voorstel om op een andere wijze te gaan denken. Het biedt ons het gereedschap voor conceptuele analyse en voor creatie van nieuwe conceptualiteit. Deconstructie is ook een beschrijving van de weg van het denken. Het is een voorstel tot destructie en constructie van de weg van het denken. Deconstructie is de weg van het denken. Het benadrukt het destructieve en constructieve karakter van het denken: het denken schept en vernietigt 'werkelijkheid'.
(1) Uit: ‘Tolerantie: leven met verschillen’, in: Marcel ten Hooven/Jan Flameling/Remieg Aerts: Over tolerantie. Drie beschouwingen. (Senioren Academie Katernen/Groningen, 2002), blz. 46/47
(2)
Samuel IJsseling(red.): Jacques Derrida. Een inleiding in zijn denken. (Ambo/Baarn, 1986), blz. 7
(3) Antonio R. Damasio: Ik voel dus ik ben. Hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn vormen. (Wereldbibliotheek/Amsterdam, 1999)
(4) Sextus Empiricus: Grondslagen van het scepticisme. (Ambo/Baarn, 1996), blz. 64
(5)
Derrida merkt op dat werkelijkheid als gebeuren wellicht onbepaalbaar of onbeslisbaar van aard is.
